Verslag zeilreis Shetland-Faeröer met de Cherokee - offshore-yacht-charter

offshore-yacht-charter

Verslag zeilreis Shetland-Faeröer met de Cherokee

Reisverslag 25 juni – 10 juli 2018: Shetlands en Faeröer eilanden Dag 1: maandag 25 juni: Amsterdam-Scalloway Startpunt van onze zeilreis is Scalloway op de Shetlandeilanden. We hebben voldoende tijd om de hoofdstad Lerwick te bekijken. Lerwick ligt op het grootste eiland van de Shetlands, Mainland. De gebouwen zijn gemaakt van de typische grote grijze steenblokken die je veel ziet in Schotland. Voor de liefhebbers van de politieserie Shetlands, het huis van Inspector Perez ligt in het centrum aan het water, je kunt het niet missen. De Cherokee ligt bij de Scalloway Boatclub. Dit is onze vijfde reis met schipper Jouke. Dag 2: dinsdag 26 juni: Scalloway-Walls Scalloway heeft een bezienswaardige kasteelruïne en een klein museum. Dit museum besteedt veel aandacht aan de Tweede Wereldoorlog en de Shetland Bus, een verzetsgroep, die met vissersboten tussen het door de Duitsers bezette Noorwegen en Schotland en de Shetlands voer. We vertrekken rond de middag naar Walls. Dat ligt net als Lerwick en Scalloway op ‘Mainland’. Het wordt steeds zonniger. Er is een jachthaven en een haven voor de vissersboten en een coastal walk. Dag 3 en 4: woensdag 27 juni en donderdag 28 juni: Walls- Tvøroyri Vandaag vertrekken we richting de Faeröereilanden. De wachten zijn ingedeeld, we zullen elkaar om de drie uur afwisselen. De afstand is ruim 200 zeemijlen. Het blijft bijna de hele nacht licht. We passeren een groot aantal olieplatforms en maar één vissersschip. Om 4.30 uur in de morgen zwemmen groepjes dolfijnen rond de Cherokee. Rosa bakt pannenkoeken voor het ontbijt. Rond 10.00 uur horen we via de marifoon de kustwacht van de Faeröer. Maar we zien dan alleen nog maar water, geen olieplatforms, geen andere schepen en helaas ook geen dolfijnen meer. Er staat weinig wind en het is een beetje mistig. Tegen middernacht zien we de lichten op Suðuroy, het zuidelijkste eiland van de Faeröer. We varen leggen aan in Tvøroyri (spreek uit: Tveu-roi-ri). Dag 5: vrijdag 29 juni: Tvøroyri De Cherokee is nog niet eerder in Tvøroyri geweest. We besluiten naar het buurdorp Froðba te wandelen met een spectaculaire grot aan zee. Onderweg stoppen we bij Café Mormor. Op de kaart staan specialiteiten als rabarbercrumble, wortelbrood, smoothies en chocoladecake, maar je moet er wel de tijd voor nemen. Dat doen de dames van Mormor ook. Dag 6: zaterdag 30 juni: Tvøroyri-Skalavik Een prachtige zonnige ochtend Die gebruiken voor een kleine wandeling en we passeren onder andere het mooie houten clubhuis van de roeivereniging. We vertrekken rond de middag richting het eiland Sandoy en zeilen langs de kleine eilandjes Lítla Dímun en Stóra Dímun. Dat laatste eiland is bekend geworden door een uitzending van Floortje Dessing. Het kleine eiland is niet meer dan 2,5 km2 groot en daarop wonen twee gezinnen. We leggen aan in het haventje van Skalavik. Er is geen winkel, maar wel een kiosk. Daarin staat een breiende oude dame die heel hulpvaardig is, maar geen woord Engels spreekt. Maar Skalavik heeft nog meer te bieden. Een groot modern hotel, een mooi oud kerkje met een karakteristiek grasdak en een havencafé waar alle dorpsbewoners plus passanten in passen. We treffen het, het café wordt toevallig die avond feestelijk heropend. Er is live muziek en er is een dj. Het café staat vol met oude bankstellen en we krijgen een eigen zithoek toebedeeld. De meeste gasten zijn ongeveer net zo oud als de bankstellen. Dag 7: zondag 1 juli: Skalavik- Tórshavn Het is stil op zondagochtend in Skalavik, maar bij de kerk is het heel druk, want er is een doop. De dominee ziet er heel historisch uit, hij draagt een zwarte toga met een Willem van Oranjekraag. We vertrekken weer rond de middag en zeilen in 6 uur naar Tórshavn, de hoofdstad van de Faeröereilanden. Bij aankomst in de haven zijn de rode houten regeringsgebouwen met grasdaken het meest opvallend. Omdat dit de laatste avond is voor Ernst, Ursula, Romy en Marc gaan we uit eten in restaurant Hvonn. Daarna naar een Ierse pub, en tot slot naar café Zirkus. Daar bestelt Leendert een Rodenbach en dat blijkt het duurste biertje dat hij ooit besteld heeft, namelijk 18 euro. Om middernacht moet het café sluiten, het is immers zondag. Gelukkig worden voor alle drankjes die we op dat tijdstip nog niet op hebben, plastic bekers uitgedeeld, zodat we die drankjes nog gezellig buiten onder de straalkachel kunnen opdrinken, totdat ook de kachel uit wordt gedaan. Dag 8: maandag 2 juli: Tórshavn Vanuit Tórshaven loopt een wandelroute van ongeveer 7 km naar Kirkjubøur. Hoewel het een beetje miezert, gaan we op pad. De route wordt aangegeven door kleine hoopjes stenen. Omdat het inmiddels ook mistig is geworden, ontbreekt het beloofde mooie uitzicht, maar zo blijft wel spannend waar we zullen uitkomen. De kathedraal van Kirkjubøur blijkt geen dak meer te hebben, maar aan de restauratie wordt gewerkt. Hier kun je het oudste bewoonde huis van Europa bezoeken, de boerderij Roykstovan die al sinds de 11e eeuw bewoond wordt. Bij de bushalte ontmoeten we Carla, zij is de tweede week ook te gast aan boord. De andere nieuwe passagiers, Laura en Eileen, de vrouw en dochter van Jouke en Janneke worden pas heel laat verwacht, hun vliegtuig heeft vertraging door de mist. Dag 9: dinsdag 3 juli : Tórshavn-Hestur Een zonnige morgen die we gebruiken om de mooiste gebouwen van Tórshavn nog een keer te fotograferen. We zeilen vandaag naar Hestur en kunnen nu Kirkjubøur vanaf het water zien liggen. Hestur heeft een kleine beschutte haven en vandaar kijk je op het volgende eiland, Koltur. Dag 10: woensdag 4 juli: Hestur- Sørvágur Er wordt druk gevist op het havenhoofd als we Hestur verlaten. Onderweg naar het fjord van Sørvágsfjørður wordt het steeds zonniger. Het waait stevig en het water is behoorlijk ruig, er zijn ook hier en daar stroomversnellingen. De ingang van het fjord is spectaculair door de indrukwekkende steile rotsen van Dranganir. We leggen aan het einde van het fjord aan in Sørvágur. We informeren naar de mogelijkheden om met de bus de omgeving te bekijken. De bus rijdt alleen naar Tórshavn, maar ons wordt verzekerd dat je prima kunt liften als je ergens anders op het eiland heen wilt. Dag 11: donderdag 5 juli: Sørvágur Na een royaal Engels ontbijt gaan we op weg naar Bøur. Het is zo’n 5 km lopen, langs het fjord. Er staat een hele harde wind, dus is het wel prima dat we vandaag niet op zee zijn. Onderweg hebben we ook weer goed zicht op de rotsen van Dranganir. Bøur is klein, maar wel echt fotogeniek. We hebben gehoord dat ook het verderop gelegen dorpje Gásadalur de moeite waard is vanwege de waterval. Dat is nog 7 km waarbij we ook de tunnel door moeten van 1,7 km. We besluiten daarom te gaan liften. De eerste auto die voorbij komt, neemt ons mee. De jonge bestuurder raadt ons dringend voorzichtig te zijn bij de waterval. Je waait daar gemakkelijk van de rotsen af. De tunnel dateert uit 2004, daarvoor was het dorp alleen maar te voet over de berg bereikbaar en daardoor erg geïsoleerd. Nu komen er toeristen voor de waterval en is er een winkeltje en een klein restaurant. Ook op de terugweg blijkt het geen probleem te zijn om te liften. Er stopt een oude Citroen en de nog veel oudere chauffeur neemt ons helemaal mee naar Sørvágur. Omdat er maar zo’n vijf zeiljachten per jaar naar Sørvágur komen, weet hij, wanneer we hem vertellen dat we zeilend onderweg zijn, direct dat we met het mooie lichtblauwe zeiljacht gekomen zijn. Dag 12: vrijdag 6 juli: Sørvágur-Vestmanna We verlaten Sørvágur en daarmee het eiland Vágar en zeilen naar Vestmanna (spreek uit: Westmanna). Vestmanna is bekend om zijn vogelkliffen. Vandaag komen in Vestmanna ook de traditionele zeilschepen aan die meedoen aan de Faroyer regatta. Er is een feest met barbecue, vreugdevuur en springkussens voor de kinderen. De volgende dag zijn er roeiwedstrijden gepland, daarvoor wordt ‘s avonds nog getraind. We worden uitgenodigd aan boord van de Dragin en krijgen een rondleiding van een oude kennis uit Tórshavn. Hij is douanebeambte/havenmeester in Tórshavn en vrijwilliger op de Dragin. Hij laat trots het schip zien dat in 12 jaar tijd gerestaureerd is door vrijwilligers. Dag 13: zaterdag 7 juli: Vestmanna- Eiði De schepen van de Faroyer regatta verlaten Vestmanna al in de ochtend, wij vertrekken later, maar jammer genoeg te vroeg om de jaarlijkse roeiwedstrijden mee te maken. We zetten koers naar de beroemde vogelkliffen van Vestmanna. Vlakbij het eiland Eysturoy passeren we twee opvallende rotsen met de prachtige namen Risin (Reus) en Kellingin (Heks). Ze liggen bij het plaatsje Eiði (spreek uit: Ai-je). Dag 14: zondag 8 juli: Eiði-Klaksvík Onze zondagochtendwandeling rond Eiði neemt iets meer dan een uur in beslag. Op de terugweg belt Jouke ons, er ligt een walrusbaby te zonnen op de rotsen. Met een goede telelens kun je heel dichtbij komen. Na alle foto’s van schapen die ik inmiddels gemaakt heb, is dat natuurlijk wel echt iets bijzonders. We verlaten Eiði en varen weer langs de Reus en de Heks. Er staat voldoende wind en we komen tegen de avond aan in Klaksvík. Hier hebben de bergen een hele bijzondere piramidevorm. Dag 15: maandag 9 juli: Klaksvík- Tórshavn In verband met het getij moeten we vroeg vertrekken uit Klaksvík. We passeren opnieuw de piramidebergen en zijn nog voor de middag in Tórshavn. We gaan ‘traditiegetrouw’ eten in restaurant Hvonn en maken de laatste avond nog een korte wandeling door de stad. We hebben dan nog alle tijd voor een bezoek aan het Nationaal Museum. Dat ligt een eindje buiten de stad, maar is met de bus prima te bereiken. Er hoort ook nog een klein openluchtmuseum bij. Dag 16: maandag 10 juli : Tórshavn We moeten vroeg naar het vliegveld. Kort na het opstijgen hebben we nog een mooi uitzicht op de bergtoppen van de Faeröer. Deze reis was een ontdekkingstocht door een prachtig ongerept, onbekend en verrassend landschap aan boord van een schip dat als een tweede thuis voelt. Karen Teich

Geschreven door Karen Teich op 19 okt. 2018

Wij gebruiken cookies om de website goed te laten werken en je ervaring te verbeteren. meer informatie

Toestaan